Wat als een dagje pretpark al teveel is?

Wat als een dagje pretpark al teveel is?

Hallo moeders met een overload aan energie,

Hoe doen jullie dat? Overleven, met een kind. Ik vind dat dus niet altijd makkelijk, hè.

En wat ik nog moeilijker vind is de standaard norm die lijkt te gelden voor ouderschap. Dat je vooral veel moet ondernemen en dat dat echt hartstikke leuk is. En dat je daar dan heel veel energie van krijgt. Nou, ik kan je vertellen, ik houd heel erg veel van mijn kind en heb alles voor hem over. Maar zo’n dagje uit gaat me toch niet helemaal in de koude kleren zitten, hoor.

Pretpark

Terwijl ik door een pretpark slenter met tassen vol kleffe broodjes veeg ik het zweet van mijn voorhoofd en geniet ik van Shai die voor mij uit huppelt met zijn neefjes en nichtje en in mijn hoofd zingt Brigitte Kaandorp hoe zwaar het leven wel niet is. Ik ontloop wespen op een nonchalante manier om geen angst door te geven aan de opgroeiende generatie, ik zing liedjes en maak pakjes Capri Sonne open voor de kinderen. Dat laatste is vrijwel onmogelijk en als alles eruit sproeit ben ik extra aantrekkelijk voor de insecten die het park zien als een soort vakantieoord.

Enfin, waar de meeste mensen lachend een dagje uit zijn heb ik doorgaans erg veel moeite om alle drukte te filteren en moet ik een week bijkomen van een dagje uit.

Introvert

Niet alleen een pretpark is een zware opgave. Ook een simpel uitje naar de speeltuin valt me weleens zwaar. Want ik ben nogal introvert, al zie je dat niet direct aan de buitenkant. Ik heb mijn rust soms nodig en dat kan ik niet uit een middagje speeltuin putten. Schreeuwende kinderen van andere mensen, de moeder die een gesprekje aangaat over onze kroost. (“Hoe oud is die van jou? Welke is het? Oh mijne staat daar met het groene shirtje.”) Grote kans dat ik glimlach en “ooooh ja…” zeg terwijl ik met mijn bijna blinde oog haar kind niet kan onderscheiden van een wipkip.

Het wordt beter!

Shai is nu 7, en daardoor wordt het gelukkig alleen maar makkelijker. Toen hij jonger was moest ik regelmatig speeltuinbezoekjes afbreken omdat ik weer eens een luier was vergeten en hij natuurlijk bij binnenkomst een volle broek had. Of de vraag of de moeder naast mij misschien een zakdoekje had voor mijn kind die inmiddels zijn snot op zijn knieën had hangen.

Voor de ouders die hier ook last van hebben; met deze blogpost wil ik jullie vooral laten weten dat het niet erg is om je af en toe moe te voelen. Het is niet erg als je ergens geen zin in hebt of het liefste onder een dekentje wilt Netflixen. Blijf jezelf, en blijf dichtbij jezelf.

En vooral; het wordt beter. En makkelijker. Voor jou en je kind.

Wil je hulp bij het stellen van jouw grenzen als ouder? Ik kan je helpen inzicht te creëren in het balans tussen ouder zijn en jezelf blijven.

Deel dit bericht:
‘Jij bent niet mijn echte mama, hè?’

‘Jij bent niet mijn echte mama, hè?’

Het ouderschap is prachtig en ontzettend kwetsbaar. Van valpartijen tot de eerste keer naar school. En van constant vragen ‘waarom’ naar “Jij bent niet mijn echte mama, hè?” Ik schreef over dit moment met mijn zoon.

‘Mama, jij bent niet mijn echte mama hè?’

Twee moeders

Ik stopte even met eten en een ongemakkelijke stilte nam het gesprek over. Ik had 5 jaar gewacht op dit moment. Voordat we gingen insemineren heb ik alle rampscenario’s al doorgenomen. Hoe de andere kinderen hem zouden kunnen uitschelden voor ‘homo’ omdat zijn moeders lesbisch zijn. Hoe hij in zijn puberteit tijdens discussies naar me zou gaan schreeuwen dat ik niet zijn echte moeder ben. Maar vooral wanneer dat kwartje bij hem zal vallen, dat hij twee moeders heeft.

Alsof hij het wist

Het lijkt mij hetzelfde gevoel als wanneer je door Salzburg wandelt en je ineens beseft dat het dorpje zo heet vanwege de zoutmijnen. Of dat horeca een afkorting is van hotel, restaurant en café.
Maar mijn zoon vroeg het zich niet af, er viel geen kwartje, er werd geen link gelegd. Nee, mijn zoon zei het alsof hij het altijd al wist. Alsof het heel normaal was dat ik zijn echte moeder niet ben. Alsof hij eigenlijk zei:’Geef nou maar toe, mama, wie houden we hier voor de gek.’

Bij een andere mama in de buik

Ik besloot me niet te laten misleiden door mijn paniek, want ik had me hier immers op voorbereid. Ik had het weliswaar in de puberteit verwacht, maar goed. Ik bereidde me voor om hem uit te leggen over zaadjes, eitjes en de donor. ‘Wie zegt dat?’ vroeg ik, mezelf op mijn vingers tikkend omdat ik me toch liet leiden door emotie. ‘Niemand,’ antwoordde hij. Hij had het dus waarschijnlijk zelf bedacht, ook goed.

‘Ik ben wel jouw echte mama, maar je hebt niet in mijn buik gezeten. Je hebt bij je andere mama in haar buik gezeten.’
‘Hoe kwam ik dan in mama’s buik?’

Twee mama’s kunnen geen baby maken

Shit. Menig volwassene raakt compleet in shock als ik vertel hoe ik de baby in de buik van mijn ex-vrouw heb gelanceerd, en nu moet ik het aan een vijfjarige gaan vertellen. Al snel bedenk ik me dat ik toch liever dit klinische verhaal aan hem vertel dan de biologische heteroseksuele versie. Dus ik begin mijn verhaal te vertellen.

‘Twee mama’s kunnen samen geen baby maken, omdat wij geen piemel hebben. In een piemel zitten zaadjes en in mama’s buik zit een eitje. Het zaadje moet naar het eitje, waar het gaat groeien.’ Dit gaat best goed. Shai lijkt geboeid te luisteren en vraagt: ’Zoals een bloem?’
‘Ja, zoals een bloem.’ Ik vertel verder.

‘Hoe kwam ik in mama’s buik?’

‘Weet je nog Mick? Waar jij het zo goed mee kan vinden? Hij heeft een piemel, en hij heeft ons geholpen om jou te maken.’ Shai schatert het uit. ‘Dus ik kom uit de piemel van Mick?!’ Ik besef me dat het inderdaad vrij bizar klinkt.
‘Hoe kwam ik dan in mama’s buik?’
‘Ik heb jou erin geschoten met een spuitje.’ Shai maakt een beweging alsof hij een pistool vast heeft. ‘Nee, meer zoals een raket,’ en ik beeldde een lancering uit met mijn handen. Shai moest weer lachen.

‘Oke,’ zei hij, en at weer verder.

Deel dit bericht: